Woorden om te omschrijven zonder de verboden woorden
Feestjes en uitgaan, liefde en vrienden, telefoon en internet, feestdagen, Nederlandse en Belgische lekkernijen, dieren, sport, reizen en dingen in huis: woorden die iedereen kent, maar die heel lastig uit te leggen zijn als je de meest voor de hand liggende woorden niet mag gebruiken.
- Strand — niet zeggen: zand, zee, zomer, handdoek
- Bier — niet zeggen: schuim, glas, tappen, pils
- Karaoke — niet zeggen: zingen, microfoon, liedje, tekst
- Discotheek — niet zeggen: dansen, muziek, dj, uitgaan
- Bruiloft — niet zeggen: bruid, trouwen, ringen, jawoord
- Vrijgezellenfeest — niet zeggen: trouwen, vrienden, verkleden, bruid
- Verjaardag — niet zeggen: taart, kaarsjes, cadeautjes, jarig
- Concert — niet zeggen: muziek, podium, zanger, kaartjes
- Proosten — niet zeggen: glazen, gezondheid, klinken, santé
- Feestje thuis — niet zeggen: buren, muziek, vrienden, woonkamer
- Pyjamaparty — niet zeggen: slapen, vriendinnen, nacht, logeren
- Picknick — niet zeggen: kleed, mand, gras, boterhammen
Nog 333 tonen
- Barbecue — niet zeggen: vlees, houtskool, grillen, worstjes
- Kamperen — niet zeggen: tent, slaapzak, camping, buiten
- Vakantie — niet zeggen: reizen, zomer, vrij, hotel
- Casino — niet zeggen: roulette, fiches, gokken, geld
- Poker — niet zeggen: kaarten, bluffen, fiches, inzet
- Kraslot — niet zeggen: winnen, muntje, loterij, prijs
- Lotto — niet zeggen: getallen, trekking, jackpot, winnen
- Kampvuur — niet zeggen: hout, marshmallows, gitaar, vlammen
- Festival — niet zeggen: tent, podium, zomer, polsbandje
- Pubquiz — niet zeggen: vragen, teams, café, punten
- Schoolreis — niet zeggen: bus, klas, juf, pretpark
- Escaperoom — niet zeggen: puzzels, ontsnappen, sleutel, uur
- Kermis — niet zeggen: botsauto's, draaimolen, suikerspin, oliebollen
- Studentenfeest — niet zeggen: universiteit, hogeschool, bier, dansen
- Weekendje weg — niet zeggen: koffer, hotel, vrijdag, uitrusten
- Eerste date — niet zeggen: afspraak, zenuwen, kennismaken, romantisch
- Kus — niet zeggen: lippen, zoenen, liefde, smakkerd
- Knuffel — niet zeggen: armen, omhelzen, warm, teddybeer
- Verliefd — niet zeggen: vlinders, hart, crush, romantisch
- Ex — niet zeggen: relatie, uit elkaar, vroeger, vriend
- Datingapp — niet zeggen: Tinder, swipen, profiel, match
- Ghosten — niet zeggen: verdwijnen, berichten, negeren, antwoorden
- Huwelijksreis — niet zeggen: trouwen, pasgetrouwd, vakantie, samen
- Groepschat — niet zeggen: WhatsApp, berichten, meldingen, vrienden
- Lachen — niet zeggen: grap, grappig, giechelen, humor
- Huilen — niet zeggen: tranen, verdriet, ogen, zakdoek
- Schoonmoeder — niet zeggen: mama, man, vrouw, familie
- Jaloers — niet zeggen: vriendje, boos, afgunst, ander
- Smartphone — niet zeggen: bellen, scherm, apps, telefoon
- Selfie — niet zeggen: foto, gezicht, camera, telefoon
- Instagram — niet zeggen: foto's, volgers, stories, likes
- TikTok — niet zeggen: filmpjes, dansjes, app, viraal
- WhatsApp — niet zeggen: berichten, groen, spraakbericht, blauwe vinkjes
- Netflix — niet zeggen: series, films, streamen, abonnement
- Google — niet zeggen: zoeken, internet, zoekmachine, Chrome
- Pakketje — niet zeggen: bezorger, bestellen, online, deur
- Wachtwoord — niet zeggen: inloggen, geheim, account, letters
- Wifi — niet zeggen: internet, wachtwoord, verbinding, router
- Influencer — niet zeggen: Instagram, volgers, sociale media, reclame
- Podcast — niet zeggen: luisteren, aflevering, praten, Spotify
- Oplader — niet zeggen: telefoon, batterij, stopcontact, kabel
- Koptelefoon — niet zeggen: muziek, oren, oortjes, bluetooth
- Meme — niet zeggen: grappig, plaatje, internet, delen
- Emoji — niet zeggen: smiley, gezichtje, berichtje, duimpje
- Kerstmis — niet zeggen: december, boom, cadeautjes, diner
- Oudejaarsavond — niet zeggen: middernacht, aftellen, vuurwerk, oliebollen
- Pasen — niet zeggen: eieren, haas, lente, chocolade
- Sinterklaas — niet zeggen: pepernoten, schoen, december, paard
- Carnaval — niet zeggen: verkleden, optocht, februari, prins
- Halloween — niet zeggen: pompoen, snoep, spoken, oktober
- Valentijnsdag — niet zeggen: liefde, februari, hartjes, verliefd
- Sint-Maarten — niet zeggen: lampion, liedjes, snoep, november
- Moederdag — niet zeggen: mei, mama, bloemen, ontbijt op bed
- 1 april — niet zeggen: grap, foppen, beetnemen, lente
- Vuurwerk — niet zeggen: knallen, lucht, kleuren, middernacht
- Kerstboom — niet zeggen: ballen, lichtjes, piek, dennen
- Kerstman — niet zeggen: baard, rendieren, slee, cadeaus
- Nieuwjaar — niet zeggen: januari, voornemens, wensen, middernacht
- Paasei — niet zeggen: chocolade, zoeken, haas, verven
- Frietjes — niet zeggen: aardappelen, mayonaise, frituur, zout
- Stoofvlees — niet zeggen: saus, frietjes, Vlaams, bruin
- Stamppot — niet zeggen: boerenkool, aardappelen, rookworst, winter
- Bitterballen — niet zeggen: mosterd, frituur, ragout, rond
- Kroket — niet zeggen: broodje, mosterd, ragout, frituur
- Frikandel — niet zeggen: speciaal, worst, frituur, curry
- Pannenkoeken — niet zeggen: stroop, beslag, omdraaien, suiker
- Poffertjes — niet zeggen: klein, poedersuiker, boter, rond
- Wafel — niet zeggen: Brussel, Luik, slagroom, ruitjes
- Mosselen — niet zeggen: pot, frietjes, Zeeland, schelpen
- Haring — niet zeggen: vis, uitjes, rauw, staart
- Stroopwafel — niet zeggen: koekje, Gouda, karamel, thee
- Speculaas — niet zeggen: Sinterklaas, koekje, kaneel, kruiden
- Pindakaas — niet zeggen: brood, noten, smeren, pot
- Kaas — niet zeggen: Gouda, geel, gaten, melk
- Hamburger — niet zeggen: broodje, vlees, McDonald's, frietjes
- Popcorn — niet zeggen: bioscoop, maïs, zoet, zout
- Chocolade — niet zeggen: cacao, reep, Belgisch, praline
- Pizza — niet zeggen: kaas, tomaat, oven, Italië
- Pizza hawaï — niet zeggen: ananas, ham, Italianen, discussie
- Sushi — niet zeggen: rauwe vis, rijst, Japans, stokjes
- Spaghetti — niet zeggen: pasta, tomatensaus, Italiaans, slurpen
- Aardbei — niet zeggen: rood, fruit, slagroom, zomer
- Citroen — niet zeggen: zuur, geel, thee, vitamine C
- Ui — niet zeggen: tranen, lagen, groente, snijden
- Knoflook — niet zeggen: vampiers, adem, teentje, ruiken
- Augurk — niet zeggen: zuur, pot, groen, hamburger
- Drop — niet zeggen: zout, zoet, zwart, snoep
- IJs — niet zeggen: koud, hoorntje, bolletje, smaken
- Mayonaise — niet zeggen: frietjes, saus, wit, ei
- Kebab — niet zeggen: pita, vlees, saus, nacht
- Hotdog — niet zeggen: worstje, broodje, ketchup, mosterd
- Fondue — niet zeggen: kaas, smelten, vorkjes, pan
- Gourmetten — niet zeggen: pannetjes, Kerstmis, vlees, tafel
- Appeltaart — niet zeggen: slagroom, kaneel, gebak, oma
- Croissant — niet zeggen: boter, Frans, ontbijt, bakker
- Spruitjes — niet zeggen: groen, vies, kool, kinderen
- Boterham — niet zeggen: brood, beleg, lunch, brooddoos
- Oliebollen — niet zeggen: poedersuiker, oudejaarsavond, frituren, krenten
- Koffie — niet zeggen: espresso, kopje, cafeïne, ochtend
- Thee — niet zeggen: zakje, mok, kokend, honing
- Jenever — niet zeggen: glaasje, Hasselt, Schiedam, graan
- Glühwein — niet zeggen: warm, kaneel, kerstmarkt, winter
- Wijn — niet zeggen: rood, wit, fles, kurkentrekker
- Champagne — niet zeggen: bubbels, oudejaarsavond, kurk, proosten
- Melk — niet zeggen: koe, wit, ontbijt, pak
- Energiedrank — niet zeggen: cafeïne, blikje, wakker, vleugels
- Karnemelk — niet zeggen: zuur, boter, zuivel, gezond
- Warme chocolademelk — niet zeggen: cacao, slagroom, winter, mok
- Mojito — niet zeggen: munt, rum, limoen, cocktail
- Kater — niet zeggen: hoofdpijn, ochtend, water, gisteren
- Limonade — niet zeggen: siroop, zoet, kinderen, aanlengen
- Gin-tonic — niet zeggen: glas, komkommer, bitter, cocktail
- Smoothie — niet zeggen: fruit, blender, gezond, banaan
- Cocktail — niet zeggen: rietje, barman, mixen, parasolletje
- Hond — niet zeggen: blaffen, puppy, riem, bot
- Kat — niet zeggen: miauwen, snorharen, spinnen, muis
- Olifant — niet zeggen: slurf, groot, grijs, Afrika
- Giraf — niet zeggen: nek, lang, vlekken, Afrika
- Pinguïn — niet zeggen: ijs, vogel, Zuidpool, waggelen
- Bij — niet zeggen: honing, angel, zoemen, bloem
- Mug — niet zeggen: steken, jeuk, zomer, zoemen
- Leeuw — niet zeggen: koning, brullen, manen, savanne
- Koe — niet zeggen: melk, loeien, wei, vlekken
- Kip — niet zeggen: ei, kakelen, haan, boerderij
- Ooievaar — niet zeggen: baby, nest, lange poten, brengen
- Eenhoorn — niet zeggen: paard, magie, regenboog, sprookje
- Dinosaurus — niet zeggen: uitgestorven, T-rex, Jurassic Park, fossiel
- Eekhoorn — niet zeggen: nootjes, staart, boom, rood
- Egel — niet zeggen: stekels, bal, tuin, winterslaap
- Kikker — niet zeggen: kwaken, vijver, groen, springen
- Lieveheersbeestje — niet zeggen: stippen, rood, kever, geluk
- Papegaai — niet zeggen: praten, kleurrijk, veren, piraat
- Wolf — niet zeggen: huilen, bos, Roodkapje, roedel
- Beer — niet zeggen: honing, bruin, winterslaap, knuffel
- Paard — niet zeggen: rijden, manen, hoeven, zadel
- Konijn — niet zeggen: wortel, oren, huppelen, Pasen
- Haai — niet zeggen: vinnen, tanden, zee, Jaws
- Vos — niet zeggen: sluw, rood, kippen, staart
- Meeuw — niet zeggen: strand, frietjes, krijsen, zee
- Dokter — niet zeggen: ziekenhuis, ziek, recept, arts
- Juf — niet zeggen: school, klas, bord, leerlingen
- Brandweerman — niet zeggen: vuur, blussen, ladder, sirene
- Politieagent — niet zeggen: uniform, boete, arresteren, zwaailicht
- Piloot — niet zeggen: vliegtuig, cockpit, vliegen, luchthaven
- Kok — niet zeggen: keuken, restaurant, pannen, MasterChef
- Tandarts — niet zeggen: gaatje, boren, stoel, poetsen
- Badmeester — niet zeggen: fluitje, verdrinken, redden, zwemmen
- Astronaut — niet zeggen: ruimte, maan, raket, ruimtepak
- Loodgieter — niet zeggen: leidingen, lekkage, badkamer, water
- Barman — niet zeggen: cocktails, glazen, tappen, bier
- Postbode — niet zeggen: brieven, pakjes, brievenbus, fiets
- Kapper — niet zeggen: haar, schaar, knippen, salon
- Ober — niet zeggen: restaurant, bestelling, fooi, dienblad
- Clown — niet zeggen: circus, rode neus, grappig, schmink
- Piraat — niet zeggen: schip, schat, ooglapje, papegaai
- Zeemeermin — niet zeggen: staart, vis, Ariël, water
- Superheld — niet zeggen: krachten, cape, Marvel, redden
- Zombie — niet zeggen: dood, hersenen, apocalyps, lopen
- Vampier — niet zeggen: bloed, tanden, Dracula, bijten
- Spook — niet zeggen: laken, geest, boe, kasteel
- Oma — niet zeggen: kleinkinderen, koekjes, breien, opa
- Heks — niet zeggen: bezem, toverdrank, hoed, Halloween
- Boer — niet zeggen: koeien, tractor, stal, land
- Voetbal — niet zeggen: doelpunt, keeper, veld, scheidsrechter
- Basketbal — niet zeggen: ring, NBA, dribbelen, dunken
- Volleybal — niet zeggen: net, smash, strand, blokken
- Tennis — niet zeggen: racket, net, Wimbledon, baan
- Formule 1 — niet zeggen: Verstappen, circuit, race, pitstop
- Wielrennen — niet zeggen: fiets, Tour de France, koers, peloton
- Schaatsen — niet zeggen: ijs, Elfstedentocht, ijsbaan, bevroren
- Skiën — niet zeggen: sneeuw, berg, piste, wintersport
- Zwemmen — niet zeggen: water, baantjes, crawl, badmuts
- Bowlen — niet zeggen: kegels, strike, baan, bal
- Boksen — niet zeggen: handschoenen, ring, knock-out, vechten
- Olympische Spelen — niet zeggen: medaille, goud, ringen, sporters
- Penalty — niet zeggen: strafschop, keeper, elf meter, doelpunt
- WK — niet zeggen: voetbal, vier jaar, Oranje, Rode Duivels
- Hockey — niet zeggen: stick, bal, veld, kunstgras
- Darts — niet zeggen: pijltjes, bord, roos, 180
- Veldrijden — niet zeggen: modder, fiets, cross, Van der Poel
- Supporter — niet zeggen: stadion, sjaal, zingen, club
- Marathon — niet zeggen: lopen, 42 kilometer, rennen, medaille
- Korfbal — niet zeggen: mand, gemengd, paal, werpen
- Padel — niet zeggen: racket, glas, tennis, dubbel
- Auto — niet zeggen: rijden, wielen, weg, motor
- Fiets — niet zeggen: trappen, zadel, bel, band
- Vliegtuig — niet zeggen: piloot, vleugels, luchthaven, Schiphol
- Trein — niet zeggen: spoor, station, vertraging, conducteur
- Metro — niet zeggen: ondergronds, station, lijn, Brussel
- Taxi — niet zeggen: chauffeur, rit, Uber, meter
- Motor — niet zeggen: helm, twee wielen, leren jas, scheuren
- Tram — niet zeggen: rails, halte, bel, stad
- Cruiseschip — niet zeggen: hut, zee, buffet, reis
- Luchtballon — niet zeggen: mand, zweven, hemel, brander
- File — niet zeggen: auto's, stilstaan, spits, snelweg
- Tankstation — niet zeggen: benzine, diesel, pomp, snelweg
- Veerboot — niet zeggen: overzetten, auto's, water, Engeland
- Flitser — niet zeggen: boete, snelheid, foto, camera
- Bakfiets — niet zeggen: kinderen, boodschappen, zwaar, Amsterdam
- Caravan — niet zeggen: vakantie, trekken, camping, Frankrijk
- Step — niet zeggen: elektrisch, trappen, huren, stoep
- Onderzeeër — niet zeggen: duiken, water, periscoop, Beatles
- Luchthaven — niet zeggen: vliegtuig, gate, koffer, inchecken
- Fitnesscentrum — niet zeggen: gewichten, trainen, spieren, loopband
- Ziekenhuis — niet zeggen: dokter, patiënt, verpleegster, spoed
- Bibliotheek — niet zeggen: boeken, lezen, stil, lenen
- Bioscoop — niet zeggen: film, popcorn, scherm, kaartjes
- Winkelcentrum — niet zeggen: shoppen, kopen, zaterdag, roltrap
- Dierentuin — niet zeggen: kooien, apen, leeuwen, olifanten
- Pretpark — niet zeggen: achtbaan, Efteling, Walibi, wachtrij
- Hotel — niet zeggen: kamer, slapen, receptie, overnachten
- Zwembad — niet zeggen: water, duikplank, glijbaan, chloor
- Supermarkt — niet zeggen: boodschappen, kassa, rekken, winkel
- Camping — niet zeggen: tent, caravan, vakantie, toiletgebouw
- Stadion — niet zeggen: wedstrijd, tribune, supporters, voetbal
- School — niet zeggen: lessen, klas, bel, speelplaats
- Café — niet zeggen: bier, terras, barman, uitgaan
- Markt — niet zeggen: kraampjes, groente, zaterdag, verkopers
- Kerk — niet zeggen: toren, klokken, mis, zondag
- Molen — niet zeggen: wieken, wind, Kinderdijk, Holland
- Dijk — niet zeggen: water, zee, overstroming, Nederland
- Amsterdam — niet zeggen: grachten, hoofdstad, fietsen, Nederland
- Brussel — niet zeggen: hoofdstad, Manneken Pis, Atomium, België
- Antwerpen — niet zeggen: haven, diamanten, Schelde, Vlaanderen
- Rotterdam — niet zeggen: haven, Erasmusbrug, Feyenoord, Maas
- Brugge — niet zeggen: grachten, middeleeuws, toeristen, bootje
- Efteling — niet zeggen: sprookjesbos, Kaatsheuvel, pretpark, Joris en de Draak
- Noordzee — niet zeggen: strand, koud, golven, kust
- Ardennen — niet zeggen: heuvels, bossen, kajakken, België
- Parijs — niet zeggen: Frankrijk, Eiffeltoren, Louvre, stad
- Egypte — niet zeggen: piramides, farao, Nijl, woestijn
- Italië — niet zeggen: pizza, Rome, pasta, laars
- Spanje — niet zeggen: paella, zon, flamenco, Madrid
- New York — niet zeggen: Manhattan, Vrijheidsbeeld, Big Apple, Amerika
- Paraplu — niet zeggen: regen, nat, openklappen, storm
- Wekker — niet zeggen: opstaan, ochtend, snooze, afgaan
- Koffer — niet zeggen: reis, kleren, bagage, wieltjes
- Spiegel — niet zeggen: reflectie, kijken, glas, badkamer
- Afstandsbediening — niet zeggen: zenders, knopjes, tv, zappen
- Bank — niet zeggen: zitten, woonkamer, kussens, sofa
- Portemonnee — niet zeggen: geld, pasjes, zak, contant
- Sleutels — niet zeggen: slot, deur, openmaken, kwijt
- Rugzak — niet zeggen: school, schouders, boeken, tas
- Wasmachine — niet zeggen: kleren, centrifugeren, trommel, vuil
- Stofzuiger — niet zeggen: poetsen, vloer, lawaai, tapijt
- Afval — niet zeggen: vuilnisbak, scheiden, buitenzetten, zak
- Wc-papier — niet zeggen: rol, toilet, zacht, billen
- Spaarvarken — niet zeggen: geld, muntjes, roze, breken
- Geldautomaat — niet zeggen: pincode, kaart, biljetten, bank
- Fooi — niet zeggen: ober, geld, restaurant, achterlaten
- Pantoffels — niet zeggen: voeten, warm, thuis, winter
- Waterkoker — niet zeggen: thee, heet, keuken, stekker
- Strijkijzer — niet zeggen: kreukels, hemd, heet, plank
- Gordijnen — niet zeggen: raam, dicht, licht, stof
- Kaasschaaf — niet zeggen: plakjes, snijden, uitvinding, ontbijt
- Koelkast — niet zeggen: koud, melk, keuken, deur
- Kussen — niet zeggen: slapen, bed, zacht, hoofd
- Kaars — niet zeggen: vlam, was, aansteken, licht
- Bed — niet zeggen: slapen, matras, laken, nacht
- Zonnebril — niet zeggen: donker, ogen, glazen, zomer
- Pyjama — niet zeggen: slapen, bed, nacht, badjas
- Jeans — niet zeggen: broek, denim, blauw, zakken
- Stropdas — niet zeggen: nek, pak, knoop, hemd
- Sokken — niet zeggen: voeten, paar, schoenen, warm
- Hoge hakken — niet zeggen: schoenen, lopen, pijn, stiletto
- Kostuum — niet zeggen: pak, jasje, das, chic
- Tatoeage — niet zeggen: inkt, naald, huid, arm
- Baard — niet zeggen: gezicht, haar, scheren, hipster
- Zonnebrand — niet zeggen: insmeren, factor, strand, huid
- Klompen — niet zeggen: hout, Holland, schoenen, boeren
- Sjaal — niet zeggen: nek, winter, wol, supporter
- Regenlaarzen — niet zeggen: plassen, rubber, modder, nat
- Make-up — niet zeggen: lippenstift, mascara, poeder, spiegel
- Parfum — niet zeggen: geur, flesje, ruiken, spuiten
- Foute kersttrui — niet zeggen: lelijk, december, rendier, wol
- Badpak — niet zeggen: zwemmen, bikini, strand, zomer
- Piano — niet zeggen: toetsen, zwart-wit, vleugel, spelen
- Gitaar — niet zeggen: snaren, kampvuur, akkoorden, rock
- Meezinger — niet zeggen: refrein, café, luidkeels, iedereen
- Eurovisiesongfestival — niet zeggen: punten, liedje, landen, douze points
- Smurfen — niet zeggen: blauw, Gargamel, paddenstoel, klein
- Kuifje — niet zeggen: Bobbie, Hergé, kapitein Haddock, strip
- Suske en Wiske — niet zeggen: Lambik, strip, Vandersteen, Jerom
- Nijntje — niet zeggen: konijn, Dick Bruna, kruisje, wit
- Max Verstappen — niet zeggen: Formule 1, coureur, wereldkampioen, Jos
- Vincent van Gogh — niet zeggen: schilder, oor, Zonnebloemen, Sterrennacht
- Rembrandt — niet zeggen: Nachtwacht, schilder, Rijksmuseum, Gouden Eeuw
- Johan Cruijff — niet zeggen: voetballer, Ajax, Barcelona, nummer 14
- Eddy Merckx — niet zeggen: wielrenner, Kannibaal, Tour de France, Belg
- Stromae — niet zeggen: zanger, Alors on danse, Brussel, Papaoutai
- André Rieu — niet zeggen: viool, Maastricht, walsen, orkest
- Kevin De Bruyne — niet zeggen: voetballer, Rode Duivels, middenvelder, assists
- Harry Potter — niet zeggen: tovenaar, Zweinstein, bril, toverstaf
- Spider-Man — niet zeggen: web, superheld, Peter Parker, Marvel
- Batman — niet zeggen: Gotham, superheld, Robin, vleermuis
- SpongeBob — niet zeggen: spons, ananas, Patrick, zee
- The Simpsons — niet zeggen: Homer, geel, tekenfilm, Bart
- Shrek — niet zeggen: oger, groen, Ezel, moeras
- Star Wars — niet zeggen: Jedi, Darth Vader, lichtzwaard, Luke
- Titanic — niet zeggen: schip, ijsberg, zinken, DiCaprio
- Home Alone — niet zeggen: Kerstmis, inbrekers, jongetje, Kevin
- De Leeuwenkoning — niet zeggen: Simba, Disney, Hakuna Matata, Afrika
- Frozen — niet zeggen: Elsa, Anna, Olaf, Let It Go
- Wie is de Mol? — niet zeggen: saboteur, kandidaten, executie, rood scherm
- Expeditie Robinson — niet zeggen: eiland, kamp, proeven, eilandraad
- Boer zoekt vrouw — niet zeggen: boerderij, brieven, liefde, logeren
- De Slimste Mens — niet zeggen: quiz, jury, seconden, puzzelronde
- Big Brother — niet zeggen: huis, camera's, bewoners, nominaties
- The Voice — niet zeggen: zangers, stoelen, draaien, coaches
- Schaken — niet zeggen: koning, dame, pionnen, paard
- Ganzenbord — niet zeggen: dobbelsteen, vakjes, put, gevangenis
- Regenboog — niet zeggen: kleuren, lucht, zon, pot met goud
- Zon — niet zeggen: warm, lucht, licht, dag
- Onweer — niet zeggen: bliksem, donder, regen, storm
- Zandkasteel — niet zeggen: strand, torens, emmertje, bouwen
- Sneeuwpop — niet zeggen: wortel, neus, winter, rollen
- Paddenstoel — niet zeggen: bos, herfst, rood met witte stippen, zwam
- Hittegolf — niet zeggen: warm, zomer, zweten, ventilator
- Gladheid — niet zeggen: ijzel, vallen, winter, strooien
- Herfst — niet zeggen: bladeren, oktober, regen, paddenstoelen
- Storm — niet zeggen: wind, omvallen, code oranje, paraplu
- Mist — niet zeggen: zicht, grijs, ochtend, dicht
- Sollicitatiegesprek — niet zeggen: baan, cv, vragen, baas
- Toets — niet zeggen: school, cijfer, punten, leren
- Niezen — niet zeggen: neus, gezondheid, hatsjoe, verkouden
- Wachtrij — niet zeggen: aanschuiven, nummertje, geduld, kassa
- Verbouwing — niet zeggen: boormachine, buren, verf, aannemer
- Boete — niet zeggen: politie, betalen, parkeren, snelheid
- Te laat — niet zeggen: klok, wachten, file, sorry
- Salaris — niet zeggen: loon, rekening, geld, einde van de maand
- Rekening — niet zeggen: ober, betalen, restaurant, delen
- Cadeau — niet zeggen: strik, inpakpapier, verjaardag, verrassing
- Verhuizen — niet zeggen: dozen, busje, nieuw huis, sjouwen