Verboden woorden: het omschrijfspel in teams

Twee teams, één minuut per beurt en één kaart: omschrijf het woord zodat je team het raadt, zonder een van de vier verboden woorden te zeggen. De telefoon trekt de kaarten en houdt de tijd en de score bij; hieronder staan de regels en alle 345 kaarten, ook om op papier te spelen.

2–12 spelers · 20–40 min · Feest

Wie spelen er mee?

0/12

Voeg de namen toe in de volgorde waarin jullie zitten.

Liever ieder op een eigen telefoon?Maak een kamer en nodig iedereen uit met een QR-code. Alleen wie omschrijft en het andere team zien de kaart: zij letten op de verboden woorden.

Verboden woorden: je hebt minstens 2 spelers nodig. Er moeten nog 2 spelers bij.

Spelregels

Zo speel je Verboden woorden

Het lijkt makkelijk, tot je “strand” moet uitleggen zonder zand, zee, zomer of handdoek te zeggen. Het is een teamspel vol tempo en geschreeuw: de minuut vliegt voorbij en het andere team houdt je scherp in de gaten.

  1. 1Maak twee teams

    Zijn jullie met 4 tot 12, typ de namen dan in de volgorde waarin jullie zitten: het spel verdeelt ze om en om over twee teams, Team Kers en Team Citroen. Zo zitten de teams door elkaar en heeft iedereen iemand van het andere team naast zich. Met z'n tweeën of drieën spelen jullie samen in één team, tegen de klok.

  2. 2Kies tot hoeveel punten jullie spelen

    Vóór de eerste minuut kiest wie omschrijft tot hoeveel punten jullie spelen: 10, 15 of 20. Tot 10 is een snel potje om de avond op gang te brengen; tot 20 duurt een stuk langer. Loopt de eerste minuut eenmaal, dan kun je het niet meer veranderen.

  3. 3Wie omschrijft, pakt de telefoon

    Het spel zegt wie aan de beurt is. Het eigen team mag het scherm niet zien; het andere team wel, om op de verboden woorden te letten. Zijn jullie klaar, tik dan op “Start de minuut” en de 60 seconden beginnen te lopen.

  4. 4Omschrijf zonder verboden woorden

    Er verschijnt een woord met daaronder vier verboden woorden. Je moet je team het woord laten raden zonder het woord zelf of een van de vier verboden woorden te zeggen. Je team roept de antwoorden hardop. Je omschrijft alleen met woorden: geen gebaren, niet aanwijzen en niet spellen.

  5. 5Geraden of overslaan

    Raden ze het, tik dan op “Geraden!”: een punt voor je team en er verschijnt een nieuwe kaart. Kom je niet verder, dan haalt “Overslaan” de kaart weg zonder strafpunt en krijg je de volgende, maar de klok tikt door.

  6. 6Een verboden woord gezegd?

    Tik op “Verboden woord gezegd” (of laat het andere team het meteen roepen): je team verliest een punt, al zakt de score nooit onder nul, en er verschijnt een nieuwe kaart. In een kamer heeft het andere team een eigen knop: “Verboden!”.

  7. 7Einde van de minuut: afrekenen

    Is de tijd om, dan zie je hoeveel woorden er zijn geraden, hoeveel verboden woorden er vielen en hoeveel kaarten zijn overgeslagen. Het team dat omschreef, neemt een slok (of water) per verboden woord. Was de ronde schoon, zonder een enkel verboden woord, dan drinkt niemand van dat team.

  8. 8Het andere team is aan de beurt

    De teams spelen om de beurt, en binnen elk team omschrijft steeds de volgende persoon. Zo omschrijft, raadt en controleert iedereen in de loop van het spel.

  9. 9Wie wint?

    Na elke volledige ronde (als beide teams evenveel minuten hebben gespeeld) kijken jullie naar de score: heeft een team het gekozen aantal punten gehaald en staat het voor, dan wint dat team het spel en neemt het andere team een slok (of water). Staat het gelijk, dan spelen jullie door tot een van de twee voorstaat. Daarna kun je om “Revanche” vragen: de score gaat terug naar nul en jullie kiezen opnieuw: 10, 15 of 20 punten.

Kaarten voor Verboden woorden

Dit zijn de 345 kaarten uit het spel: het woord dat je moet omschrijven en de vier woorden die je niet mag zeggen. Handig om zonder telefoon te spelen (iemand van het andere team leest de kaart mee en let op) of om op te warmen voordat je op “Start het spel” tikt.

345kaarten · tik om te kopiëren

Woorden om te omschrijven zonder de verboden woorden

Feestjes en uitgaan, liefde en vrienden, telefoon en internet, feestdagen, Nederlandse en Belgische lekkernijen, dieren, sport, reizen en dingen in huis: woorden die iedereen kent, maar die heel lastig uit te leggen zijn als je de meest voor de hand liggende woorden niet mag gebruiken.

  1. Strand — niet zeggen: zand, zee, zomer, handdoek
  2. Bier — niet zeggen: schuim, glas, tappen, pils
  3. Karaoke — niet zeggen: zingen, microfoon, liedje, tekst
  4. Discotheek — niet zeggen: dansen, muziek, dj, uitgaan
  5. Bruiloft — niet zeggen: bruid, trouwen, ringen, jawoord
  6. Vrijgezellenfeest — niet zeggen: trouwen, vrienden, verkleden, bruid
  7. Verjaardag — niet zeggen: taart, kaarsjes, cadeautjes, jarig
  8. Concert — niet zeggen: muziek, podium, zanger, kaartjes
  9. Proosten — niet zeggen: glazen, gezondheid, klinken, santé
  10. Feestje thuis — niet zeggen: buren, muziek, vrienden, woonkamer
  11. Pyjamaparty — niet zeggen: slapen, vriendinnen, nacht, logeren
  12. Picknick — niet zeggen: kleed, mand, gras, boterhammen
Nog 333 tonen
  1. Barbecue — niet zeggen: vlees, houtskool, grillen, worstjes
  2. Kamperen — niet zeggen: tent, slaapzak, camping, buiten
  3. Vakantie — niet zeggen: reizen, zomer, vrij, hotel
  4. Casino — niet zeggen: roulette, fiches, gokken, geld
  5. Poker — niet zeggen: kaarten, bluffen, fiches, inzet
  6. Kraslot — niet zeggen: winnen, muntje, loterij, prijs
  7. Lotto — niet zeggen: getallen, trekking, jackpot, winnen
  8. Kampvuur — niet zeggen: hout, marshmallows, gitaar, vlammen
  9. Festival — niet zeggen: tent, podium, zomer, polsbandje
  10. Pubquiz — niet zeggen: vragen, teams, café, punten
  11. Schoolreis — niet zeggen: bus, klas, juf, pretpark
  12. Escaperoom — niet zeggen: puzzels, ontsnappen, sleutel, uur
  13. Kermis — niet zeggen: botsauto's, draaimolen, suikerspin, oliebollen
  14. Studentenfeest — niet zeggen: universiteit, hogeschool, bier, dansen
  15. Weekendje weg — niet zeggen: koffer, hotel, vrijdag, uitrusten
  16. Eerste date — niet zeggen: afspraak, zenuwen, kennismaken, romantisch
  17. Kus — niet zeggen: lippen, zoenen, liefde, smakkerd
  18. Knuffel — niet zeggen: armen, omhelzen, warm, teddybeer
  19. Verliefd — niet zeggen: vlinders, hart, crush, romantisch
  20. Ex — niet zeggen: relatie, uit elkaar, vroeger, vriend
  21. Datingapp — niet zeggen: Tinder, swipen, profiel, match
  22. Ghosten — niet zeggen: verdwijnen, berichten, negeren, antwoorden
  23. Huwelijksreis — niet zeggen: trouwen, pasgetrouwd, vakantie, samen
  24. Groepschat — niet zeggen: WhatsApp, berichten, meldingen, vrienden
  25. Lachen — niet zeggen: grap, grappig, giechelen, humor
  26. Huilen — niet zeggen: tranen, verdriet, ogen, zakdoek
  27. Schoonmoeder — niet zeggen: mama, man, vrouw, familie
  28. Jaloers — niet zeggen: vriendje, boos, afgunst, ander
  29. Smartphone — niet zeggen: bellen, scherm, apps, telefoon
  30. Selfie — niet zeggen: foto, gezicht, camera, telefoon
  31. Instagram — niet zeggen: foto's, volgers, stories, likes
  32. TikTok — niet zeggen: filmpjes, dansjes, app, viraal
  33. WhatsApp — niet zeggen: berichten, groen, spraakbericht, blauwe vinkjes
  34. Netflix — niet zeggen: series, films, streamen, abonnement
  35. Google — niet zeggen: zoeken, internet, zoekmachine, Chrome
  36. Pakketje — niet zeggen: bezorger, bestellen, online, deur
  37. Wachtwoord — niet zeggen: inloggen, geheim, account, letters
  38. Wifi — niet zeggen: internet, wachtwoord, verbinding, router
  39. Influencer — niet zeggen: Instagram, volgers, sociale media, reclame
  40. Podcast — niet zeggen: luisteren, aflevering, praten, Spotify
  41. Oplader — niet zeggen: telefoon, batterij, stopcontact, kabel
  42. Koptelefoon — niet zeggen: muziek, oren, oortjes, bluetooth
  43. Meme — niet zeggen: grappig, plaatje, internet, delen
  44. Emoji — niet zeggen: smiley, gezichtje, berichtje, duimpje
  45. Kerstmis — niet zeggen: december, boom, cadeautjes, diner
  46. Oudejaarsavond — niet zeggen: middernacht, aftellen, vuurwerk, oliebollen
  47. Pasen — niet zeggen: eieren, haas, lente, chocolade
  48. Sinterklaas — niet zeggen: pepernoten, schoen, december, paard
  49. Carnaval — niet zeggen: verkleden, optocht, februari, prins
  50. Halloween — niet zeggen: pompoen, snoep, spoken, oktober
  51. Valentijnsdag — niet zeggen: liefde, februari, hartjes, verliefd
  52. Sint-Maarten — niet zeggen: lampion, liedjes, snoep, november
  53. Moederdag — niet zeggen: mei, mama, bloemen, ontbijt op bed
  54. 1 april — niet zeggen: grap, foppen, beetnemen, lente
  55. Vuurwerk — niet zeggen: knallen, lucht, kleuren, middernacht
  56. Kerstboom — niet zeggen: ballen, lichtjes, piek, dennen
  57. Kerstman — niet zeggen: baard, rendieren, slee, cadeaus
  58. Nieuwjaar — niet zeggen: januari, voornemens, wensen, middernacht
  59. Paasei — niet zeggen: chocolade, zoeken, haas, verven
  60. Frietjes — niet zeggen: aardappelen, mayonaise, frituur, zout
  61. Stoofvlees — niet zeggen: saus, frietjes, Vlaams, bruin
  62. Stamppot — niet zeggen: boerenkool, aardappelen, rookworst, winter
  63. Bitterballen — niet zeggen: mosterd, frituur, ragout, rond
  64. Kroket — niet zeggen: broodje, mosterd, ragout, frituur
  65. Frikandel — niet zeggen: speciaal, worst, frituur, curry
  66. Pannenkoeken — niet zeggen: stroop, beslag, omdraaien, suiker
  67. Poffertjes — niet zeggen: klein, poedersuiker, boter, rond
  68. Wafel — niet zeggen: Brussel, Luik, slagroom, ruitjes
  69. Mosselen — niet zeggen: pot, frietjes, Zeeland, schelpen
  70. Haring — niet zeggen: vis, uitjes, rauw, staart
  71. Stroopwafel — niet zeggen: koekje, Gouda, karamel, thee
  72. Speculaas — niet zeggen: Sinterklaas, koekje, kaneel, kruiden
  73. Pindakaas — niet zeggen: brood, noten, smeren, pot
  74. Kaas — niet zeggen: Gouda, geel, gaten, melk
  75. Hamburger — niet zeggen: broodje, vlees, McDonald's, frietjes
  76. Popcorn — niet zeggen: bioscoop, maïs, zoet, zout
  77. Chocolade — niet zeggen: cacao, reep, Belgisch, praline
  78. Pizza — niet zeggen: kaas, tomaat, oven, Italië
  79. Pizza hawaï — niet zeggen: ananas, ham, Italianen, discussie
  80. Sushi — niet zeggen: rauwe vis, rijst, Japans, stokjes
  81. Spaghetti — niet zeggen: pasta, tomatensaus, Italiaans, slurpen
  82. Aardbei — niet zeggen: rood, fruit, slagroom, zomer
  83. Citroen — niet zeggen: zuur, geel, thee, vitamine C
  84. Ui — niet zeggen: tranen, lagen, groente, snijden
  85. Knoflook — niet zeggen: vampiers, adem, teentje, ruiken
  86. Augurk — niet zeggen: zuur, pot, groen, hamburger
  87. Drop — niet zeggen: zout, zoet, zwart, snoep
  88. IJs — niet zeggen: koud, hoorntje, bolletje, smaken
  89. Mayonaise — niet zeggen: frietjes, saus, wit, ei
  90. Kebab — niet zeggen: pita, vlees, saus, nacht
  91. Hotdog — niet zeggen: worstje, broodje, ketchup, mosterd
  92. Fondue — niet zeggen: kaas, smelten, vorkjes, pan
  93. Gourmetten — niet zeggen: pannetjes, Kerstmis, vlees, tafel
  94. Appeltaart — niet zeggen: slagroom, kaneel, gebak, oma
  95. Croissant — niet zeggen: boter, Frans, ontbijt, bakker
  96. Spruitjes — niet zeggen: groen, vies, kool, kinderen
  97. Boterham — niet zeggen: brood, beleg, lunch, brooddoos
  98. Oliebollen — niet zeggen: poedersuiker, oudejaarsavond, frituren, krenten
  99. Koffie — niet zeggen: espresso, kopje, cafeïne, ochtend
  100. Thee — niet zeggen: zakje, mok, kokend, honing
  101. Jenever — niet zeggen: glaasje, Hasselt, Schiedam, graan
  102. Glühwein — niet zeggen: warm, kaneel, kerstmarkt, winter
  103. Wijn — niet zeggen: rood, wit, fles, kurkentrekker
  104. Champagne — niet zeggen: bubbels, oudejaarsavond, kurk, proosten
  105. Melk — niet zeggen: koe, wit, ontbijt, pak
  106. Energiedrank — niet zeggen: cafeïne, blikje, wakker, vleugels
  107. Karnemelk — niet zeggen: zuur, boter, zuivel, gezond
  108. Warme chocolademelk — niet zeggen: cacao, slagroom, winter, mok
  109. Mojito — niet zeggen: munt, rum, limoen, cocktail
  110. Kater — niet zeggen: hoofdpijn, ochtend, water, gisteren
  111. Limonade — niet zeggen: siroop, zoet, kinderen, aanlengen
  112. Gin-tonic — niet zeggen: glas, komkommer, bitter, cocktail
  113. Smoothie — niet zeggen: fruit, blender, gezond, banaan
  114. Cocktail — niet zeggen: rietje, barman, mixen, parasolletje
  115. Hond — niet zeggen: blaffen, puppy, riem, bot
  116. Kat — niet zeggen: miauwen, snorharen, spinnen, muis
  117. Olifant — niet zeggen: slurf, groot, grijs, Afrika
  118. Giraf — niet zeggen: nek, lang, vlekken, Afrika
  119. Pinguïn — niet zeggen: ijs, vogel, Zuidpool, waggelen
  120. Bij — niet zeggen: honing, angel, zoemen, bloem
  121. Mug — niet zeggen: steken, jeuk, zomer, zoemen
  122. Leeuw — niet zeggen: koning, brullen, manen, savanne
  123. Koe — niet zeggen: melk, loeien, wei, vlekken
  124. Kip — niet zeggen: ei, kakelen, haan, boerderij
  125. Ooievaar — niet zeggen: baby, nest, lange poten, brengen
  126. Eenhoorn — niet zeggen: paard, magie, regenboog, sprookje
  127. Dinosaurus — niet zeggen: uitgestorven, T-rex, Jurassic Park, fossiel
  128. Eekhoorn — niet zeggen: nootjes, staart, boom, rood
  129. Egel — niet zeggen: stekels, bal, tuin, winterslaap
  130. Kikker — niet zeggen: kwaken, vijver, groen, springen
  131. Lieveheersbeestje — niet zeggen: stippen, rood, kever, geluk
  132. Papegaai — niet zeggen: praten, kleurrijk, veren, piraat
  133. Wolf — niet zeggen: huilen, bos, Roodkapje, roedel
  134. Beer — niet zeggen: honing, bruin, winterslaap, knuffel
  135. Paard — niet zeggen: rijden, manen, hoeven, zadel
  136. Konijn — niet zeggen: wortel, oren, huppelen, Pasen
  137. Haai — niet zeggen: vinnen, tanden, zee, Jaws
  138. Vos — niet zeggen: sluw, rood, kippen, staart
  139. Meeuw — niet zeggen: strand, frietjes, krijsen, zee
  140. Dokter — niet zeggen: ziekenhuis, ziek, recept, arts
  141. Juf — niet zeggen: school, klas, bord, leerlingen
  142. Brandweerman — niet zeggen: vuur, blussen, ladder, sirene
  143. Politieagent — niet zeggen: uniform, boete, arresteren, zwaailicht
  144. Piloot — niet zeggen: vliegtuig, cockpit, vliegen, luchthaven
  145. Kok — niet zeggen: keuken, restaurant, pannen, MasterChef
  146. Tandarts — niet zeggen: gaatje, boren, stoel, poetsen
  147. Badmeester — niet zeggen: fluitje, verdrinken, redden, zwemmen
  148. Astronaut — niet zeggen: ruimte, maan, raket, ruimtepak
  149. Loodgieter — niet zeggen: leidingen, lekkage, badkamer, water
  150. Barman — niet zeggen: cocktails, glazen, tappen, bier
  151. Postbode — niet zeggen: brieven, pakjes, brievenbus, fiets
  152. Kapper — niet zeggen: haar, schaar, knippen, salon
  153. Ober — niet zeggen: restaurant, bestelling, fooi, dienblad
  154. Clown — niet zeggen: circus, rode neus, grappig, schmink
  155. Piraat — niet zeggen: schip, schat, ooglapje, papegaai
  156. Zeemeermin — niet zeggen: staart, vis, Ariël, water
  157. Superheld — niet zeggen: krachten, cape, Marvel, redden
  158. Zombie — niet zeggen: dood, hersenen, apocalyps, lopen
  159. Vampier — niet zeggen: bloed, tanden, Dracula, bijten
  160. Spook — niet zeggen: laken, geest, boe, kasteel
  161. Oma — niet zeggen: kleinkinderen, koekjes, breien, opa
  162. Heks — niet zeggen: bezem, toverdrank, hoed, Halloween
  163. Boer — niet zeggen: koeien, tractor, stal, land
  164. Voetbal — niet zeggen: doelpunt, keeper, veld, scheidsrechter
  165. Basketbal — niet zeggen: ring, NBA, dribbelen, dunken
  166. Volleybal — niet zeggen: net, smash, strand, blokken
  167. Tennis — niet zeggen: racket, net, Wimbledon, baan
  168. Formule 1 — niet zeggen: Verstappen, circuit, race, pitstop
  169. Wielrennen — niet zeggen: fiets, Tour de France, koers, peloton
  170. Schaatsen — niet zeggen: ijs, Elfstedentocht, ijsbaan, bevroren
  171. Skiën — niet zeggen: sneeuw, berg, piste, wintersport
  172. Zwemmen — niet zeggen: water, baantjes, crawl, badmuts
  173. Bowlen — niet zeggen: kegels, strike, baan, bal
  174. Boksen — niet zeggen: handschoenen, ring, knock-out, vechten
  175. Olympische Spelen — niet zeggen: medaille, goud, ringen, sporters
  176. Penalty — niet zeggen: strafschop, keeper, elf meter, doelpunt
  177. WK — niet zeggen: voetbal, vier jaar, Oranje, Rode Duivels
  178. Hockey — niet zeggen: stick, bal, veld, kunstgras
  179. Darts — niet zeggen: pijltjes, bord, roos, 180
  180. Veldrijden — niet zeggen: modder, fiets, cross, Van der Poel
  181. Supporter — niet zeggen: stadion, sjaal, zingen, club
  182. Marathon — niet zeggen: lopen, 42 kilometer, rennen, medaille
  183. Korfbal — niet zeggen: mand, gemengd, paal, werpen
  184. Padel — niet zeggen: racket, glas, tennis, dubbel
  185. Auto — niet zeggen: rijden, wielen, weg, motor
  186. Fiets — niet zeggen: trappen, zadel, bel, band
  187. Vliegtuig — niet zeggen: piloot, vleugels, luchthaven, Schiphol
  188. Trein — niet zeggen: spoor, station, vertraging, conducteur
  189. Metro — niet zeggen: ondergronds, station, lijn, Brussel
  190. Taxi — niet zeggen: chauffeur, rit, Uber, meter
  191. Motor — niet zeggen: helm, twee wielen, leren jas, scheuren
  192. Tram — niet zeggen: rails, halte, bel, stad
  193. Cruiseschip — niet zeggen: hut, zee, buffet, reis
  194. Luchtballon — niet zeggen: mand, zweven, hemel, brander
  195. File — niet zeggen: auto's, stilstaan, spits, snelweg
  196. Tankstation — niet zeggen: benzine, diesel, pomp, snelweg
  197. Veerboot — niet zeggen: overzetten, auto's, water, Engeland
  198. Flitser — niet zeggen: boete, snelheid, foto, camera
  199. Bakfiets — niet zeggen: kinderen, boodschappen, zwaar, Amsterdam
  200. Caravan — niet zeggen: vakantie, trekken, camping, Frankrijk
  201. Step — niet zeggen: elektrisch, trappen, huren, stoep
  202. Onderzeeër — niet zeggen: duiken, water, periscoop, Beatles
  203. Luchthaven — niet zeggen: vliegtuig, gate, koffer, inchecken
  204. Fitnesscentrum — niet zeggen: gewichten, trainen, spieren, loopband
  205. Ziekenhuis — niet zeggen: dokter, patiënt, verpleegster, spoed
  206. Bibliotheek — niet zeggen: boeken, lezen, stil, lenen
  207. Bioscoop — niet zeggen: film, popcorn, scherm, kaartjes
  208. Winkelcentrum — niet zeggen: shoppen, kopen, zaterdag, roltrap
  209. Dierentuin — niet zeggen: kooien, apen, leeuwen, olifanten
  210. Pretpark — niet zeggen: achtbaan, Efteling, Walibi, wachtrij
  211. Hotel — niet zeggen: kamer, slapen, receptie, overnachten
  212. Zwembad — niet zeggen: water, duikplank, glijbaan, chloor
  213. Supermarkt — niet zeggen: boodschappen, kassa, rekken, winkel
  214. Camping — niet zeggen: tent, caravan, vakantie, toiletgebouw
  215. Stadion — niet zeggen: wedstrijd, tribune, supporters, voetbal
  216. School — niet zeggen: lessen, klas, bel, speelplaats
  217. Café — niet zeggen: bier, terras, barman, uitgaan
  218. Markt — niet zeggen: kraampjes, groente, zaterdag, verkopers
  219. Kerk — niet zeggen: toren, klokken, mis, zondag
  220. Molen — niet zeggen: wieken, wind, Kinderdijk, Holland
  221. Dijk — niet zeggen: water, zee, overstroming, Nederland
  222. Amsterdam — niet zeggen: grachten, hoofdstad, fietsen, Nederland
  223. Brussel — niet zeggen: hoofdstad, Manneken Pis, Atomium, België
  224. Antwerpen — niet zeggen: haven, diamanten, Schelde, Vlaanderen
  225. Rotterdam — niet zeggen: haven, Erasmusbrug, Feyenoord, Maas
  226. Brugge — niet zeggen: grachten, middeleeuws, toeristen, bootje
  227. Efteling — niet zeggen: sprookjesbos, Kaatsheuvel, pretpark, Joris en de Draak
  228. Noordzee — niet zeggen: strand, koud, golven, kust
  229. Ardennen — niet zeggen: heuvels, bossen, kajakken, België
  230. Parijs — niet zeggen: Frankrijk, Eiffeltoren, Louvre, stad
  231. Egypte — niet zeggen: piramides, farao, Nijl, woestijn
  232. Italië — niet zeggen: pizza, Rome, pasta, laars
  233. Spanje — niet zeggen: paella, zon, flamenco, Madrid
  234. New York — niet zeggen: Manhattan, Vrijheidsbeeld, Big Apple, Amerika
  235. Paraplu — niet zeggen: regen, nat, openklappen, storm
  236. Wekker — niet zeggen: opstaan, ochtend, snooze, afgaan
  237. Koffer — niet zeggen: reis, kleren, bagage, wieltjes
  238. Spiegel — niet zeggen: reflectie, kijken, glas, badkamer
  239. Afstandsbediening — niet zeggen: zenders, knopjes, tv, zappen
  240. Bank — niet zeggen: zitten, woonkamer, kussens, sofa
  241. Portemonnee — niet zeggen: geld, pasjes, zak, contant
  242. Sleutels — niet zeggen: slot, deur, openmaken, kwijt
  243. Rugzak — niet zeggen: school, schouders, boeken, tas
  244. Wasmachine — niet zeggen: kleren, centrifugeren, trommel, vuil
  245. Stofzuiger — niet zeggen: poetsen, vloer, lawaai, tapijt
  246. Afval — niet zeggen: vuilnisbak, scheiden, buitenzetten, zak
  247. Wc-papier — niet zeggen: rol, toilet, zacht, billen
  248. Spaarvarken — niet zeggen: geld, muntjes, roze, breken
  249. Geldautomaat — niet zeggen: pincode, kaart, biljetten, bank
  250. Fooi — niet zeggen: ober, geld, restaurant, achterlaten
  251. Pantoffels — niet zeggen: voeten, warm, thuis, winter
  252. Waterkoker — niet zeggen: thee, heet, keuken, stekker
  253. Strijkijzer — niet zeggen: kreukels, hemd, heet, plank
  254. Gordijnen — niet zeggen: raam, dicht, licht, stof
  255. Kaasschaaf — niet zeggen: plakjes, snijden, uitvinding, ontbijt
  256. Koelkast — niet zeggen: koud, melk, keuken, deur
  257. Kussen — niet zeggen: slapen, bed, zacht, hoofd
  258. Kaars — niet zeggen: vlam, was, aansteken, licht
  259. Bed — niet zeggen: slapen, matras, laken, nacht
  260. Zonnebril — niet zeggen: donker, ogen, glazen, zomer
  261. Pyjama — niet zeggen: slapen, bed, nacht, badjas
  262. Jeans — niet zeggen: broek, denim, blauw, zakken
  263. Stropdas — niet zeggen: nek, pak, knoop, hemd
  264. Sokken — niet zeggen: voeten, paar, schoenen, warm
  265. Hoge hakken — niet zeggen: schoenen, lopen, pijn, stiletto
  266. Kostuum — niet zeggen: pak, jasje, das, chic
  267. Tatoeage — niet zeggen: inkt, naald, huid, arm
  268. Baard — niet zeggen: gezicht, haar, scheren, hipster
  269. Zonnebrand — niet zeggen: insmeren, factor, strand, huid
  270. Klompen — niet zeggen: hout, Holland, schoenen, boeren
  271. Sjaal — niet zeggen: nek, winter, wol, supporter
  272. Regenlaarzen — niet zeggen: plassen, rubber, modder, nat
  273. Make-up — niet zeggen: lippenstift, mascara, poeder, spiegel
  274. Parfum — niet zeggen: geur, flesje, ruiken, spuiten
  275. Foute kersttrui — niet zeggen: lelijk, december, rendier, wol
  276. Badpak — niet zeggen: zwemmen, bikini, strand, zomer
  277. Piano — niet zeggen: toetsen, zwart-wit, vleugel, spelen
  278. Gitaar — niet zeggen: snaren, kampvuur, akkoorden, rock
  279. Meezinger — niet zeggen: refrein, café, luidkeels, iedereen
  280. Eurovisiesongfestival — niet zeggen: punten, liedje, landen, douze points
  281. Smurfen — niet zeggen: blauw, Gargamel, paddenstoel, klein
  282. Kuifje — niet zeggen: Bobbie, Hergé, kapitein Haddock, strip
  283. Suske en Wiske — niet zeggen: Lambik, strip, Vandersteen, Jerom
  284. Nijntje — niet zeggen: konijn, Dick Bruna, kruisje, wit
  285. Max Verstappen — niet zeggen: Formule 1, coureur, wereldkampioen, Jos
  286. Vincent van Gogh — niet zeggen: schilder, oor, Zonnebloemen, Sterrennacht
  287. Rembrandt — niet zeggen: Nachtwacht, schilder, Rijksmuseum, Gouden Eeuw
  288. Johan Cruijff — niet zeggen: voetballer, Ajax, Barcelona, nummer 14
  289. Eddy Merckx — niet zeggen: wielrenner, Kannibaal, Tour de France, Belg
  290. Stromae — niet zeggen: zanger, Alors on danse, Brussel, Papaoutai
  291. André Rieu — niet zeggen: viool, Maastricht, walsen, orkest
  292. Kevin De Bruyne — niet zeggen: voetballer, Rode Duivels, middenvelder, assists
  293. Harry Potter — niet zeggen: tovenaar, Zweinstein, bril, toverstaf
  294. Spider-Man — niet zeggen: web, superheld, Peter Parker, Marvel
  295. Batman — niet zeggen: Gotham, superheld, Robin, vleermuis
  296. SpongeBob — niet zeggen: spons, ananas, Patrick, zee
  297. The Simpsons — niet zeggen: Homer, geel, tekenfilm, Bart
  298. Shrek — niet zeggen: oger, groen, Ezel, moeras
  299. Star Wars — niet zeggen: Jedi, Darth Vader, lichtzwaard, Luke
  300. Titanic — niet zeggen: schip, ijsberg, zinken, DiCaprio
  301. Home Alone — niet zeggen: Kerstmis, inbrekers, jongetje, Kevin
  302. De Leeuwenkoning — niet zeggen: Simba, Disney, Hakuna Matata, Afrika
  303. Frozen — niet zeggen: Elsa, Anna, Olaf, Let It Go
  304. Wie is de Mol? — niet zeggen: saboteur, kandidaten, executie, rood scherm
  305. Expeditie Robinson — niet zeggen: eiland, kamp, proeven, eilandraad
  306. Boer zoekt vrouw — niet zeggen: boerderij, brieven, liefde, logeren
  307. De Slimste Mens — niet zeggen: quiz, jury, seconden, puzzelronde
  308. Big Brother — niet zeggen: huis, camera's, bewoners, nominaties
  309. The Voice — niet zeggen: zangers, stoelen, draaien, coaches
  310. Schaken — niet zeggen: koning, dame, pionnen, paard
  311. Ganzenbord — niet zeggen: dobbelsteen, vakjes, put, gevangenis
  312. Regenboog — niet zeggen: kleuren, lucht, zon, pot met goud
  313. Zon — niet zeggen: warm, lucht, licht, dag
  314. Onweer — niet zeggen: bliksem, donder, regen, storm
  315. Zandkasteel — niet zeggen: strand, torens, emmertje, bouwen
  316. Sneeuwpop — niet zeggen: wortel, neus, winter, rollen
  317. Paddenstoel — niet zeggen: bos, herfst, rood met witte stippen, zwam
  318. Hittegolf — niet zeggen: warm, zomer, zweten, ventilator
  319. Gladheid — niet zeggen: ijzel, vallen, winter, strooien
  320. Herfst — niet zeggen: bladeren, oktober, regen, paddenstoelen
  321. Storm — niet zeggen: wind, omvallen, code oranje, paraplu
  322. Mist — niet zeggen: zicht, grijs, ochtend, dicht
  323. Sollicitatiegesprek — niet zeggen: baan, cv, vragen, baas
  324. Toets — niet zeggen: school, cijfer, punten, leren
  325. Niezen — niet zeggen: neus, gezondheid, hatsjoe, verkouden
  326. Wachtrij — niet zeggen: aanschuiven, nummertje, geduld, kassa
  327. Verbouwing — niet zeggen: boormachine, buren, verf, aannemer
  328. Boete — niet zeggen: politie, betalen, parkeren, snelheid
  329. Te laat — niet zeggen: klok, wachten, file, sorry
  330. Salaris — niet zeggen: loon, rekening, geld, einde van de maand
  331. Rekening — niet zeggen: ober, betalen, restaurant, delen
  332. Cadeau — niet zeggen: strik, inpakpapier, verjaardag, verrassing
  333. Verhuizen — niet zeggen: dozen, busje, nieuw huis, sjouwen
Ieder op een eigen telefoon

Alleen wie omschrijft en het andere team zien de kaart

In een kamer ziet wie omschrijft de kaart op de eigen telefoon, het eigen team ziet alleen “Raden!” en het andere team let met een eigen knop op de verboden woorden. Geen telefoon doorgeven, ook via videobellen.

Kamer maken →

Wat is Verboden woorden?

Het is een klassiek omschrijfspel in teams, met één addertje onder het gras: de woorden die je het meest zouden helpen, zijn verboden. Eén persoon omschrijft, het eigen team raadt tegen de klok en het andere team luistert scherp mee om elke uitglijder te betrappen.

Op elke kaart staan een woord en vier verboden woorden. Moet je “Frietjes” omschrijven, dan mag je aardappelen, mayonaise, frituur en zout niet zeggen. Dus moet je creatief worden: wat je in een puntzak haalt na het uitgaan, het liefst twee keer gebakken, met een flinke klodder saus erop…

Het team dat de meeste woorden raadt en de minste verboden woorden zegt, wint. In deze drankspelversie kost elk verboden woord een slok (of water), en het team dat het spel verliest, neemt er aan het eind nog een.

Tips om beter te omschrijven en verboden woorden te betrappen

Moet je omschrijven, ga er dan met een omweg naartoe: mag je “zand” en “zee” niet zeggen, praat dan over vakantie, zonnebrand of een windscherm. Spreekwoorden om af te maken (“wie het laatst lacht…”), tegenstellingen (“het tegenovergestelde van…”) en situaties die iedereen kent, werken heel goed.

Blijf niet hangen bij een onmogelijke kaart: overslaan kost niets, en in een minuut passen veel meer woorden dan één. Praat snel en in korte zinnen, en zit je team er dichtbij, stuur dan bij (“bijna”, “korter”, “meervoud”) in plaats van opnieuw te beginnen.

Moet jouw team opletten, lees dan de vier verboden woorden voordat de ander begint te praten en let op de bekende trucjes: een half woord, een woord uit dezelfde familie of de Engelse versie. Roep het meteen en niet aan het eind van de minuut, zodat het punt bij de juiste kaart wordt afgetrokken.

Spelen in teams: volgorde, punten en wie er wint

Het is een raadspel in teams: de telefoon verdeelt de spelers om en om over twee teams, in de volgorde waarin jullie zitten, en de teams spelen om de beurt. Binnen elk team omschrijft steeds iemand anders, dus niemand ontsnapt. Zijn jullie met een oneven aantal, dan heeft één team een persoon meer en omschrijven de spelers van het kleinere team wat vaker.

Voor de start kiezen jullie tot hoeveel punten jullie spelen: 10, 15 of 20. Elk geraden woord levert een punt op en elk verboden woord kost er een, maar de score zakt nooit onder nul. Een ronde vol uitglijders kan een team dus gewoon laten stilstaan.

Een winnaar is er pas als beide teams evenveel minuten hebben gespeeld: haalt het eerste team het doel, dan krijgt het tweede team nog een beurt om bij te komen of voorbij te gaan. Staat het gelijk, dan spelen jullie door tot een van de twee voorstaat.

Varianten: zonder alcohol, via videobellen, met gebaren en op papier

Zonder alcohol werkt het spel precies hetzelfde: tel alleen de punten of vervang elke slok door water of een opdracht voor het team. Op afstand maak je een kamer: iedereen speelt op de eigen telefoon, alleen wie omschrijft en het andere team zien de kaart, en de rest ziet dat er geraden moet worden. Met een videogesprek erbij is het alsof jullie aan één tafel zitten.

Met gebaren: gebruik dezelfde kaarten, maar wie omschrijft mag niet praten, alleen uitbeelden. De verboden woorden doen er dan niet meer toe, maar de minuut voelt een stuk korter. Dat is jullie eigen huisregel: de telefoon houdt de tijd en de punten bij, jullie letten erop dat niemand een woord zegt. Bevalt het? Probeer dan het spel waarin uitbeelden de hoofdzaak is: Hints.

Op papier: gebruik de lijst met 345 kaarten op deze pagina: iemand van het andere team laat de kaart stilletjes zien aan wie omschrijft, houdt een minuut bij op een klok naar keuze en schrijft de punten op. Houden jullie van woordspellen met een addertje? Probeer dan ook Imposter Game en Tikkende bom.

Wanneer en met wie speel je het?

Het is een van de beste spellen voor groepen van 4 tot 12 personen: bij elke beurt doet iedereen mee, de een raadt en de ander let op, dus niemand zit stil. Het werkt bij een rustig etentje met vrienden net zo goed als bij een luidruchtig indrinken, en het breekt het ijs tussen mensen die elkaar niet kennen: samen in een team strijden schept een band.

De kaarten gaan over alledaagse onderwerpen (eten, feestdagen, reizen, thuis, uitgaan), dus niemand hoeft expert te zijn. Sommige gaan over daten en feestjes, maar geen enkele is expliciet. Zin daarna in persoonlijkere plagerijen? Dan is Most Likely To de logische volgende stap.

Voor de eerste ronde

Veelgestelde vragen over Verboden woorden

01Hoe speel je Verboden woorden?

Je speelt in twee teams. Om de beurt heeft iemand één minuut om het eigen team zoveel mogelijk woorden te laten raden, zonder het woord zelf of een van de vier verboden woorden op de kaart te zeggen. Elk geraden woord is een punt; elk verboden woord kost een punt en een slok (of water).

02Met hoeveel personen kun je spelen?

Met 2 tot 12. Vanaf vier spelen jullie in twee teams, die het spel om en om maakt in de volgorde waarin jullie zitten. Met z'n tweeën of drieën spelen jullie samen: om de beurt omschrijven en de punten halen in zo weinig mogelijk beurten.

03Wat gebeurt er als ik een verboden woord zeg?

Je team verliest een punt (de score zakt nooit onder nul) en er verschijnt een nieuwe kaart. Aan het eind van de minuut neemt het team een slok (of water) per verboden woord.

04Mag je een kaart overslaan?

Ja, zonder strafpunt: je krijgt meteen een nieuwe. Maar de klok tikt door.

05Tot hoeveel punten speel je?

Dat kiezen jullie vóór de eerste minuut: 10, 15 of 20 punten. Het eerste team dat het doel haalt en voorstaat als beide teams evenveel minuten hebben gespeeld, wint.

06Wat als beide teams gelijk staan?

Dan spelen jullie door, ronde na ronde, tot een van de twee voorstaat. Het team dat verliest, neemt een slok (of water), en daarna kunnen jullie om revanche spelen.

07Mag je gebaren maken bij het omschrijven?

In de klassieke versie niet: je omschrijft alleen met woorden, zonder gebaren en zonder te spellen. Willen jullie het toch, speel dan een ronde met gebaren met dezelfde kaarten; dat is jullie eigen regel, de telefoon houdt alleen de tijd en de punten bij.

08Kan iedereen op de eigen telefoon of via videobellen spelen?

Ja. In een kamer zien alleen wie omschrijft en het andere team de kaart, en dat team heeft een knop om “Verboden!” te roepen. Het team van wie omschrijft, ziet alleen dat het moet raden, dus het werkt ook op afstand.

09Kun je zonder telefoon spelen?

Ja. Op deze pagina staan alle 345 kaarten: iemand van het andere team laat de kaart zien aan wie omschrijft, houdt de minuut bij en schrijft de punten op.

10Is dit een officieel bordspel?

Nee. Het gebruikt het klassieke idee van een woord omschrijven zonder verboden woorden, maar heeft niets te maken met een merk van bordspellen. De kaarten en het spel zijn van ons.

11Moet je alcohol drinken om te spelen?

Nee. Elke slok mag je vervangen door water of een opdracht; jullie kunnen ook alleen om de punten spelen. De site is alleen voor 18+.

12Is het gratis?

Ja. Het werkt in de browser van je telefoon, zonder download en zonder account.