Milde opdrachten
MildSnelle duels, toneelstukjes, makkelijke vragen en simpele regels. Om mee te beginnen of om te spelen met mensen die je net kent.
- Opdracht: Noem in minder dan tien seconden vijf dingen die nu in je koelkast liggen.
- Opdracht: Praat twintig seconden over je favoriete groente alsof het de grote liefde van je leven is.
- Opdracht: Zoek de oudste foto in je galerij en beschrijf hem zonder hem te laten zien.
- Opdracht: Zeg de naam van iedereen hier achterstevoren, zonder fouten.
- Opdracht: Verzin een nieuw spreekwoord en leg het uit alsof het al eeuwen wordt gebruikt.
- Opdracht: Noem in vijftien seconden acht dieren die in de zee leven.
- Opdracht: Klap het ritme van een bekend nummer tot iemand het raadt.
- Opdracht: Beschrijf je ideale huis in drie zinnen, met minstens één absurde kamer.
- Opdracht: Tel tot tien in alle talen die je kent, al is het met een verzonnen accent.
- Opdracht: Leg in dertig seconden uit hoe je een gebakken ei maakt zonder je handen te bewegen.
- Opdracht: Verzin drie koosnaampjes voor je telefoon en kies met hulp van de groep de definitieve.
- Opdracht: Zeg voor elke letter van je naam een woord dat beschrijft hoe je je vandaag voelt.
Nog 84 tonen
- Duel: Kies iemand: wie noemt in twintig seconden de meeste Europese hoofdsteden? Wie verliest, neemt een slok (of water).
- Duel: Daag iemand uit om vijftien seconden lang woorden te noemen die eindigen op “-heid”; wie er minder zegt, neemt een slok (of water).
- Duel: Niet-knipperduel met iemand naar keuze: wie het eerst met de ogen knippert, neemt een slok (of water).
- Duel: Kies iemand en zeg tegelijk een kleur: komen jullie in drie pogingen niet overeen, dan nemen jullie allebei een slok (of water).
- Duel: Daag degene na jou uit om het alfabet sneller op te zeggen dan jij; de groep klokt en wie verliest, neemt een slok (of water).
- Duel: Kies iemand: noem om de beurt namen van series zonder te herhalen; wie blijft haken, neemt een slok (of water).
- Duel: Duel op één been met iemand naar keuze: wie het eerst de andere voet neerzet, neemt een slok (of water).
- Duel: Kies iemand die moet raden hoeveel apps je op je telefoon hebt: zit die er meer dan tien naast, dan neemt die een slok (of water); raadt die het goed, dan jij.
- Duel: Kies iemand: wie vertelt de kortste mop in vijf seconden? De groep beslist en wie verliest, neemt een slok (of water).
- Duel: Daag degene na jou uit voor kop of munt (wie het eerst twee keer wint); wie verliest, neemt een slok (of water).
- Duel: Kies iemand: wie kan het vaakst achter elkaar “pannenkoek” zeggen zonder te lachen terwijl de groep toekijkt? Wie lacht, neemt een slok (of water).
- Duel: Kies iemand en noem om de beurt dingen die geel zijn; wie herhaalt of niets meer weet, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Noem om de beurt een land zonder te herhalen; wie blijft haken, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Wie als laatste de linkerhand opsteekt, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Iedereen kijkt hoeveel foto's die gisteren heeft gemaakt: wie de minste heeft, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Op drie noemt iedereen tegelijk zijn favoriete seizoen; wie in de minderheid is, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Noem om de beurt woorden die rijmen op “huis”; wie niets meer weet, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Tel samen van 1 tot 15 zonder vaste volgorde; zeggen twee mensen tegelijk een getal, dan nemen die twee een slok (of water).
- Iedereen: Iedereen legt een hand op tafel: als jij “nu!” roept, neemt wie hem als laatste weghaalt een slok (of water).
- Iedereen: Noem een letter: om de beurt zegt iedereen een voornaam die ermee begint; wie herhaalt of blijft haken, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Iedereen zegt tegelijk hoe laat het is zonder op de telefoon te kijken; wie er het verst naast zit, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Laat om de beurt iets zien wat je bij je hebt en verder niemand; wie niets vindt, neemt een slok (of water).
- Iedereen: Iedereen kijkt naar het plafond en kijkt op drie naar iemand: kijken twee mensen elkaar in de ogen, dan nemen ze allebei een slok (of water).
- Iedereen: Ieder noemt in één woord zijn lievelingseten; wie hetzelfde zegt als iemand anders, neemt een slok (of water).
- Beken: Waar heb je het laatst keihard om moeten lachen?
- Beken: Welk klusje in huis laat je altijd tot het laatste moment liggen?
- Beken: Welke vaardigheid zou je leren als je een hele maand vrij had?
- Beken: Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?
- Beken: Welke geur brengt je terug naar een andere periode in je leven?
- Beken: Welke film heb je het vaakst gezien, en hoe vaak ongeveer?
- Beken: Wat zou je doen met een onverwachte vrije dag midden in de week?
- Beken: Waar word je chagrijnig van zodra je opstaat?
- Beken: Naar welke plek in je stad zou je iemand meenemen die op bezoek komt?
- Beken: Wat is het nuttigste dat je hebt geleerd dankzij een tutorial op internet?
- Beken: Welke beroemdheid zou je uitnodigen voor een etentje, en wat zou je vragen?
- Beken: Welke emoji gebruik je zo vaak dat hij niets meer betekent?
- Speel na: Speel een keukenrobot die halverwege een recept kapotgaat.
- Speel na: Ga staan als een museumstandbeeld en laat de groep raden wat je voorstelt.
- Speel na: Speel iemand die een pot probeert open te krijgen die echt niet open wil.
- Speel na: Beeld zonder woorden iemand uit die de sleutels zoekt terwijl die al te laat is.
- Speel na: Speel goochelaar en presenteer een onmogelijke truc met het voorwerp dat het dichtst bij je ligt, ook al mislukt hij.
- Speel na: Speel een antwoordapparaat en som de keuzemenu-opties van deze tafel op.
- Speel na: Speel een opa of oma die voor het eerst videobellen ontdekt.
- Speel na: Beeld zonder woorden een beroep uit tot iemand het raadt.
- Speel na: Speel een nachtelijke radio-dj die een nummer aan de groep opdraagt.
- Speel na: Speel in slow motion na hoe je boterham valt en hoe je hem op het allerlaatste moment redt.
- Speel na: Speel een verdwaalde toerist die alleen met gebaren de weg vraagt.
- Speel na: Speel iemand die heel langzaam de ijskoude Noordzee in loopt, met alle geluiden erbij.
- Wijs aan: Wijs aan wie zich zonder gps het best kan oriënteren: die legt uit hoe je bij hem of haar thuis komt zonder straatnamen te noemen.
- Wijs aan: Wijs aan wie altijd van alles in de tas of rugzak heeft: die haalt er iets uit en vertelt het verhaal erachter.
- Wijs aan: Wijs aan wie de hardste lach van de groep heeft: die neemt een slok (of water).
- Wijs aan: Wijs aan wie het best kookt van de groep: die geeft het paradepaardje in drie stappen.
- Wijs aan: Wijs aan wie op reis de meeste foto's maakt: die laat de favoriet van de laatste reis zien.
- Wijs aan: Wijs aan wie het snelst in slaap valt op de bank: die neemt een slok (of water).
- Wijs aan: Wijs aan wie het snelst op berichten antwoordt: die neemt een slok (of water).
- Wijs aan: Wijs aan wie het best een geheim kan bewaren: die vertelt een leuk weetje over zichzelf dat bijna niemand kent.
- Wijs aan: Wijs aan wie het vroegst opstaat: die zegt hoe laat de wekker vandaag ging.
- Wijs aan: Wijs aan wie het meeste geduld heeft van de groep: die kiest iemand die hem of haar een compliment geeft.
- Wijs aan: Wijs aan wie de beste tv-presentator zou zijn: die kondigt de volgende draai aan.
- Wijs aan: Wijs de persoon uit de groep aan die je het langst kent en proost samen met een slok (of water).
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie vandaag als laatste binnenkwam.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie gekleurde sokken draagt.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie als eerste jarig is.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie in de afgelopen vijf minuten op de telefoon heeft gekeken.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie dit jaar het verst heeft gereisd.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie de meeste groepschats heeft die niet op stil staan.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie recht tegenover je zit.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie vandaag heeft gekookt.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie de langste naam van de groep heeft.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor jou en de persoon rechts van je, tegelijk.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie een huisdier heeft.
- Slok: Een kleine slok (of water) voor wie vandaag het laatst is opgestaan.
- Regel: niemand mag “ja” zeggen; wie het zegt, neemt een slok (of water).
- Regel: “eigenlijk” is verboden; wie het zegt, neemt een slok (of water).
- Regel: je zegt “dank je” telkens als iemand je iets aangeeft; wie het vergeet, neemt een slok (of water).
- Regel: niemand mag iemands naam zeggen, alleen bijnamen; wie een naam zegt, neemt een slok (of water).
- Regel: voordat je iets zegt, klap je één keer in je handen; wie het vergeet, neemt een slok (of water).
- Regel: armen over elkaar is verboden; wie het doet, neemt een slok (of water).
- Regel: je pakt je glas met de hand waarmee je niet schrijft; wie zich vergist, neemt een slok (of water).
- Regel: niet vloeken; wie er een laat vallen, neemt een slok (of water).
- Regel: iedereen noemt jou “kapitein”; wie het niet doet, neemt een slok (of water).
- Regel: getallen zeggen is verboden; wie er een zegt, neemt een slok (of water).
- Regel: als jij “foto!” roept, gaat iedereen poseren; wie als laatste poseert, neemt een slok (of water).
- Regel: niemand mag “ik” zeggen; wie het zegt, neemt een slok (of water).